Wat zou zij aan het lezen zijn?

20140622_103302

Ik vroeg me dat twee keer af tijdens onze recente vakantie in Andalusië. De ene keer bij het bovenstaande schilderij. Het hang in het paleis van Carlos V, in het Alhambra. Dat is een van de mooiste kleine collecties van schone kunsten die ooit heb gezien. Niet alleen de stukken zelf waren prachtig, maar de samenstelling was ook perfect. Mooie verwijzingen en parallellen. Slaat u het vooral niet over als u ooit in de buurt bent. De andere dat ik mij afvroeg wat zij toch aan het lezen was, was bij een beeldje, waarvan de foto onderaan dit blog staat. Een blog, ach ja, ik hield ooit een blog bij. Die naam mag het eigenlijk niet meer hebben. Ik heb het dan ook omgedoopt in ‘berichten’ en de lijst van de openingspagina gehaald. Ik gebruik het nu voor onregelmatig verschijnende notities van diverse aard. Losse invallen en gedachten. Nieuwtjes. Vandaag vooral een paar nieuwtjes.

Poëzie

Afgelopen zondag trad ik op met gedichten in Galerie de Nieuwe Gang in Beuningen. Ik stond bij podiumplek 2, naast Liesbeth Ulijn en Marijke Hanegraaf. Was erg leuk. Ik realiseerde me dat de vorige keer dat ik met mijn poëzie in het openbaar optrad in 1996 was, bij het festival ’12 uur poëzie in de Waag’. Meestal geef ik voorrang aan mijn proza en theaterteksten. Toch ontdek ik de laatste tijd weer dat ik in poëzie ook zoveel kwijt kan. Dat het register dat je gebruikt bij het schrijven van gedichten, me ook bij het schrijven van proza en drama weer nieuwe inzichten geeft. Ik zal niet opnieuw achttien jaar wachten voor ik met mijn poëzie naar buiten treed… hieronder een paar kansen daartoe.

Activiteiten van De Gelderlander

  • Tijdens de vierdaagse heeft de Gelderlander een Literair podium in het Besiendershuis. Ik lever daar een bijdrage op zaterdag 12 en dinsdag 15 juli. Beide keren tijdens het literatUUR tussen 17u en 18u.
  • De Gelderlander organiseert tochten over de waal. In juli organiseren ze een Literaire boottocht, waar ik (naast hoofdgasten Thomas Verbogt en Willem Claasen) uit eigen werk voordraag. Staat gepland op 27 juli. Reserveren kan hier.

Theater

Twee toneelstukken van mijn hand verschijnen dit najaar bij uitgeverij De toneelcentrale. Het ene toneelstuk ‘De zoete geur van wrange liefde’ voeren we met Theatergroep Augustus in november ook op. Het andere stuk ‘Niemand heeft me ooit een eigen land beloofd’ gaat over de u wellicht welbekende loodgieter en is (nog) niet opgevoerd. Veel amateur theaterverenigingen kijken naar wat uitgeverijen als De toneelcentrale in het repertoire opnemen, dus wie weet. Met Augustus doen we in augustus (toepasselijk) net als vorig jaar een klein theaterproject. Vorig jaar stonden we in Zwembad Oost met ´Weerklank op Sterk Water´. Dit jaar wordt het iets met een boekenthema en we zoeken uiteraard weer toepasselijke, inspirerende locaties.

Meer leuks

Op 6 september organiseert de Openbare Bieb in Nijmegen een ‘Letterproeverij’ als opening van het literaire seizoen. Daar treed ik ook op, met een kleine proeve uit mijn werk, rond 14.30u

Fantasy

Een kort fantasy verhaal van me is opgenomen in de bundel Ganymedes-14, een uitgave van de Stichting Fantastische Vertellingen. De Ganymedes jaarboeken worden jaarlijks uitgegeven en zijn een staalkaart van de Nederlandse fantasy. Deze verschijnt in september. Verder heb ik op vakantie niet stil gezeten. Drie fantastische verhalen geschreven en ingezonden naar wedstrijden (1 naar de Fantasy Strijd Brugge en 2 naar de Paul Harland Prijs). Uitslagen daarvan zijn respectievelijk in september en januari.

En verder werk ik gestaag verder aan een novelle/roman die hopelijk dit najaar in leesbare staat af is.
Wordt vervolgd, en ondertussen blijft de vraag: wat zou zij aan het lezen zijn?

20140621_111450

Ergens halverwege het lange wachten

WP_000135

De Paul Harland Prijs blinkt uit in hoeveel werk er wordt gemaakt van het jury-rapport. Dat heeft wel een keerzijde. Nadat je je verhalen netjes voor 1 juli 2013 hebt ingeleverd is het wachten tot begin 2014 op de uitslag. Daarmee gaat een deel van het leereffect wellicht verloren. Uit mijn dagen als opleider meen ik me te herinneren dat voor een optimale leer-effectiviteit je feedback zo vlot mogelijk na de geleverde prestatie moet krijgen. Schrijven is gelukkig een traag proces, dus misschien valt het in de praktijk wel mee. Hoe het ook zij: voor dit soort gedachten heb ik alle tijd, in stille afwachting van de volgende Paul Harland Dag. Hieronder volgen nog een paar overwegingen die bij me opkomen ergens halverwege het lange wachten.

De jury leest de verhalen zonder de naam van de auteur te kennen. Dat geeft ook bekendere auteurs de kans om mee te doen en waarborgt de objectiviteit  van de jury. Ook hier een keerzijde: feedback geef je bij voorkeur persoonlijk en op maat. Dat wordt hier onmogelijk. De juryleden moeten maar raden naar de intentie van de auteur en dat resulteert soms in tips van nogal algemene aard in de hoop dat ze toevallig raak zijn voor een specifieke auteur.

De anonimiteit heeft nog een ander, groter nadeel: het beperkt de auteur in zijn vrijheid. Uit het ingezonden verhaal mag niet te herleiden zijn dat jij de auteur bent en voor een meer ervaren schrijver is dat een gotspe. Je ontwikkelt juist je eigen stijl en stemgeluid. Niet zelden schrijf je verhalen die in hetzelfde universum spelen. In mijn beleving is het juist een pré als de auteur uit het verhaal herleid kan worden. We zouden op dit punt toch eigenlijk voldoende vertrouwen moeten hebben in de professionaliteit van de jury.

Het vertrouwen in die professionaliteit wordt voor mijn gevoel ook al ondergraven door het hanteren van een strak puntensysteem om tot een einduitslag te komen. Iedere voorselecteur en ieder jurylid geeft een verhaal punten en dat levert een ranking op. Zo’n systeem lijkt ‘zuiver’ en ‘betrouwbaar’, maar juist de meest innovatieve en creatieve verhalen vallen altijd wel bij iemand wat minder in de smaak. Je loopt het risico dat je verhalen beloont die zo mainstream mogelijk zijn. Juist bij fantastische literatuur vind ik dat jammer. In het verleden was er een systeem bedacht dat dit onderving, maar de regel daarvoor is niet altijd toegepast en inmiddels geschrapt. Ik vind dat prima, je moet het ook niet al te rekenkundig aanpakken. De gedachte erachter was echter prima: beloon lef, beloon het ruwe randje. Ik zou het rekenkundig deel liever nog wat meer losgelaten zien. Die ranking is prima als leidraad, maar uiteindelijk heeft de jury een discretionaire bevoegdheid. Die verdienen ze, op basis van hun ervaring en expertise. Laat ze gerust in een onderlinge dialoog de winnaars bepalen.

Ondertussen heeft die jury het er maar druk mee. De Paul Harland Prijs had afgelopen jaar veel inzendingen (206, royaal meer dan het jaar daarvoor). De ambitie is om de wedstrijd nog verder te laten groeien, maar het lezen van alle verhalen lijkt een schier onmogelijke taak te worden voor de juryleden. Hoe moet dat, de komende jaren? Moet je bijvoorbeeld, zoals de Thuring Gedichtenwedstrijd,  naar een systeem waarbij alleen de topverhalen een persoonlijk juryrapport krijgen? Daar is veel voor te zeggen. Beginnende schrijvers maken beginnersfouten, en die kunnen hun licht nog prima opdoen bij algemene tips en aanwijzingen die je overal op internet vindt, of die je in een algemeen juryrapport kunt samenvatten. Ik meen me te herinneren dat Boukje Balder op de laatste Paul Harland Dag iets in die lijn zei: dat een deel van het commentaar van de jury door beginnende schrijvers niet begrepen zal worden, omdat ze er wellicht nog niet aan toe zijn. Misschien heb ik het niet goed onthouden, maar als ze het zo gezegd heeft, had ze wel gelijk. In datzelfde gesprek (de paneldiscussie) kwam ook naar voren hoe ondankbaar de taak van jurylid vaak is. Blijkbaar waren de juryleden in het verleden regelmatig bestookt met vragen of verontwaardigde reacties, vooral van (beginnende) auteurs ‘die het er niet mee eens waren’. Dat heeft nog lang door mijn hoofd gespookt. Ik vind het altijd erg jammer als mensen feedback niet laten bezinken, en er niet eerst hun eigen leerpunten uit proberen te halen. Het is toch een cadeautje. Als het risico op vervelende reacties groter is bij beginnende schrijvers, misschien is dat dan een goede reden om alle tijd en energie vooral te steken in de auteurs die hun eigen ontwikkeling serieus nemen en dat laten zien met een beter scorend verhaal.

Een heel andere (en waarschijnlijk betere) oplossing voor het toenemend aantal inzendingen is om het aantal voorselecteurs te vergroten en niet alle verhalen door alle selecteurs te laten lezen. Dat kan prima werken. Een valkuil kan zijn dat de ene voorselecteur gemiddeld veel hogere of lagere punten geeft dan de andere, maar dat kan je (bijvoorbeeld) ondervangen door de selecteurs te laten ranken in plaats van te scoren. Tal van mogelijkheden, ik ben benieuwd waarvoor gekozen gaat worden.

Ineens spookt ook het fenomeen ‘wildcard’ of ‘golden ticket’ door mijn hoofd. Menig talentenjacht werkt ermee. Ik zie niet meteen hoe het handig toepasbaar is bij de Paul Harland Prijs, maar ik ben niettemin enthousiast. Wellicht komt dat vooral voort uit het lange wachten: de behoefte dat er tussentijds nòg iets leuks te melden valt.

Ik hoop dat ik met al mijn gedachtespinsels niet de indruk wek dat het allemaal anders moet. Ook in volstrekt ongewijzigde vorm ben ik volgend jaar weer van de partij. Ik hoop met mijn eigen werk een steentje bij te dragen aan het promoten van de genreliteratuur in de lage landen. En ik ontvang graag feedback op mijn werk – ik zal die met grote dankbaarheid, met gepaste bescheidenheid en zonder morren in ontvangst nemen.

Cursus: ‘(theater)Tekst aan tafel’

eflyer theatertekst aan tafel

In maart en april geeft ik de korte cursus ‘(theater)Tekst aan tafel’, over het lezen en schrijven van theaterteksten. Het hele proces ‘van eerste idee tot aan de bühne’ wordt doorlopen en deelnemers krijgen de kans om met hun project een essentiële stap verder te komen.

Geef je op of zegt het voort! Lees er hier alles over.

Schrijven is toch een beetje op vakantie gaan

We zijn een week van vakantie terug. Toen ik nog in loondienst was, gebruikte ik de vakantie om te schrijven. Nu heb ik amper een letter op papier gezet. Afgelopen dagen vroegen mensen regelmatig hoe onze vakantie geweest was en ik moet eerlijk bekennen dat ik daarover vrij diep moest nadenken. De mystieke ervaring van diepere ontspanning die mensen vaak omschrijven als ‘het vakantiegevoel’ heb ik dit jaar niet gehad. Continue reading “Schrijven is toch een beetje op vakantie gaan”

Nooit meer opkijken

Toen ik begon met schrijven schreef ik met pen of potlood. De mooiste momenten in het schrijven waren de momenten dat ik opkeek van mijn werk. Even nadenken over de volgende alinea. Een ogenblikje kauwen op een zin. Niet zelden letterlijk, met de achterkant van het potlood in mijn mond. Geen backspace of delete-knop, dus het moest er in één keer goed staan. En dan staarde ik de verte in, naar de andere kant van de kamer, of naar buiten door het raam. Continue reading “Nooit meer opkijken”

Een boek dat alle andere boeken overbodig maakt

Ik heb net De Movo-tapes even terzijde gelegd. Door Het schervengericht was ik geraakt, het lezen van deze prelude is een worsteling. Er hadden van mij wel een paar pagina;s uit gemogen. Voor de afwisseling lees ik tussendoor De leesclub. Daar krijg ik niet snel genoeg van, had van mij nog wel wat dikker mogen zijn. Continue reading “Een boek dat alle andere boeken overbodig maakt”

Het noodzakelijk lijden

Een pelgrim moet wel afzien onderweg, vinden veel mensen. Blaren, slecht weer, eenzaamheid: verzin maar iets. Mijn loodgieter heeft daar op zijn reis naar het Beloofde Land geen last van. De zogenaamde tegenslagen ervaart hij als bijzondere afwisseling of leuke uitdaging. Mensen ontvangen hem doorgaans hartelijk. Hij heeft eerder last van teveel van alles: teveel wijn, teveel eten. Eigenlijk is zijn reis één grote vakantie. Continue reading “Het noodzakelijk lijden”

Zonder wrijving geen glans

Ik betrap me er op dat ik mijn productiviteit iedere keer weer afmeet aan de hoeveelheid verse tekst die ik schrijf. Herschrijven, schaven, corrigeren, het hoort er allemaal bij, maar aan het eind van de dag denk ik toch: wat heb ik nou helemaal gedaan? Van het weekend werkte ik aan het manuscript van Onze loodgieter en aan het eind van de dag had ik zo’n duizend woorden geschrapt. Ik kon nog steeds mijn productiviteit kwantificeren. De tekst was er ook echt beter op geworden. Maar het voelt toch anders.