Kiki

[Inschrijven op de publicatie van Kiki kan direct hier.]

logo

In juli verschijnt Kiki, een kort dystopisch verhaal. Het wordt een lief klein boekje, van vierentwintig pagina’s, voorzien van enkele illustraties. Ik geef het zelf uit, onder het label Leviathan, en het wordt gedrukt bij Knust, de enige ambachtelijke stencildrukkerij ter wereld. We gaan het met de hand naaien met een pamfletsteek. Ja, het wordt een uitgave voor de liefhebber, in een beperkte oplage. Beter gezegd: ik druk er ongeveer zoveel als er mensen zijn die van tevoren aangeven er één (of meer) te willen hebben. Dus als je je wilt verzekeren van een exemplaar, dan geef je uiterlijk 5 juli 2015 aan me door dat je er één (of meer) wilt hebben (zie hier). Stiekem is dit natuurlijk een vorm van crowdfunding.

Waar het over gaat

Kiki is een toekomstverhaal. De meeste mensen zijn door het eten van te veel fastfood, plofkippen en chemische toevoegingen verworden tot dikke, willoze ‘zombies’. Slechts een kleine groep principiële mensen tracht te overleven door hun eigen moestuinen aan te leggen, hoog op de daken van wolkenkrabbers. De naamloze hoofdpersoon is één van de gezonde principiëlen. Kiki is één van de zogenaamde ‘zombies’. Hoe hun ontmoeting verloopt, daar moet u het verhaal maar voor lezen.

De aanleiding

De vertelling ligt me na aan het hart. Ik worstel zelf al jaren met mijn gewicht, heb daardoor een rijke dieetervaring opgedaan en ben al doende wars geworden van al te veel toegevoegde rommel in mijn eten. Ik wilde daar graag over schrijven. En ik deed dat ook. Eten en overdaad komen als thema terug in veel van mijn gedichten en ook in de nog ongepubliceerde novelle ‘De dundenker’. Ik zocht een manier om er met meer afstand over te schrijven, een vertelwijze waarin ik meer van mijn visie kwijt kon, zonder al te docerend of theoretisch te worden. Toen ontstond Kiki.

Ik schreef Kiki als inzending voor de Paul Harland Prijs, een verhalenwedstrijd voor fantasy, horror en science fiction. Kiki behoort, als dystopisch toekomstverhaal, tot het domein van de science fiction. Onderaan deze blog staan wat zorgvuldig geselecteerde citaten uit het juryrapport.

Waarom ik het zelf uitgeef

De meeste verhalen die ik voor de Paul Harland Prijs inzend, bied ik later aan aan tijdschriften die genreverhalen publiceren. Die verhalen worden dan gelezen door een kleine, maar fanatieke schare liefhebbers van fantasy, horror en science fiction. Hoewel Kiki ongetwijfeld bij die doelgroep ook in de smaak zal vallen, had ik het gevoel dat ik juist met dit verhaal een iets bredere doelgroep wilde bereiken. Het is maatschappijkritisch en de personages hebben de nodige dramatische diepgang en ontwikkeling. Het is eigenlijk een literair verhaal. In de afgelopen decennia zijn genreverhalen en literatuur in Nederland helaas nogal uit elkaar gegroeid. Het surrealisme van Belcampo, de fantastische vertellingen van Bordelijk en ook de eerste uitgave van Tolkiens In de ban van de ring, het was allemaal wel bijzonder en wonderbaarlijk, maar behoorde niettemin zonder discussie tot het domein van de literatuur. Die gedachte is inmiddels al jaren niet meer gemeengoed en wie fantastische elementen in zijn verhalen gebruikt loopt het risico onliterair gevonden te worden. En andersom zijn er genreschrijvers die menen dat een goed fantasyverhaal vooral niet literair moet proberen te zijn.

Op literair gebied vervult niets mij met meer afschuw dan die rigide houding. Wie mijn werk kent weet dat ik altijd beide zaken een plek zal geven; zowel de fantasie en de verwondering, als het literaire en het gelaagde.

Omdat het een verhaal is dat in mijn beleving het beste van twee werelden in zich draagt, wilde ik het niet plaatsen in een genretijdschrijft, en eigenlijk ook niet in een literair tijdschrift. Ik bedacht me dat het ’t beste tot zijn recht zou komen als zelfstandige uitgave.

Dat past heel mooi in een trend die dit jaar zichtbaar wordt: de hernieuwde interesse voor het korte verhaal. Ik hoop dat u mee gaat in deze trend. Omarm Kiki.

De jury van de Paul Harland Prijs over Kiki;

“Goed opgebouwd verhaal met een mooie wending.”

Charles den Tex

“Een originele twist op het zombie-verhaal, maar wel met een in-your-face-kritiek op de consumptiemaatschappij.”

Esther Scherpenisse

“Ik begon hieraan en wist niet meteen wat ik aan het lezen was. Toch niet een zombie-verhaal.Zombies, vampieren, weerwolven: we hebben er genoeg van, dank je wel. Maar al snel daagde het deze lezer: een satire, een ironisch verhaal dat pagina na pagina béter wordt (…) Daarmee overtreft dit verhaal zichzelf, en zeker de aanvankelijke scepsis van deze lezer: de hoofdpersoon mag wat mij betreft opgegeten worden (zo weinig sympathie heb ik er voor

over), maar dit is een auteur die een eigen kanteling geeft aan een klassiek verhaal. Het verhaal is een metafoor voor consumptie en kapitalisme (…). Het heeft diepgang, het is niet slechts een vertelling maar een fabel. De auteur getuigt van persoonlijkheid en creatieve inbreng en krijgt van deze lezer drie symbolische sterren.”

Guido Eekhaut

Alles wat je over Jacques Wolf wilde weten…

Ik ben dol op IMDB. Ik lees bij films en series die we kijken steevast de trivia en de goofs. Daarna vaak het forum en soms ook nog wat recensies. Zowel degene met de beste als die met de slechtste waardering. Voor korte films is er vaak geen IMDB vermelding. En de nieuwe lichting 48hour shorts staat er zeker niet in. Voor wie net is als ik, hierbij een verzameling goofs en trivia.

Goofs & Trivia:

  • Team Leviathan had van tevoren een paar genres aangewezen die direct zouden worden verruild voor een Wild Card (Horror, Fish out of Water en Vakantiefilm). Voor veel genres was er een rudimentair idee voor een plot. Alleen voor Detective/Cop eigenlijk niet. Dat werd hem dus.
  • De hele film werd opgenomen in de St Geertruidestraat in Nijmegen, op nog geen 200 meter afstand van Trianon, het drop off point.
  • Van de spelers speelde een aantal eerder mee in een 48film. Ingrid Broeders 2x, Marco Langendoen, Sjoukje Later, Anne en Mirjam Ruesink-van Ginkel allen 1x. Joost Hermus speelde voor het eerst mee. Al deze spelers waren eerder betrokken bij producties van Theatergroep Augustus.
  • Jeu Consten speelde voor het eerst mee met een Leviathan productie, maar was wel onze meest ervaren filmacteur. Hij is de overbuurman van het productieteam Frank Norbert Rieter en Melan Floris Lambers.
  • De oorspronkelijke logline was: “een autobiografische, lethargische sleuteltriller in Nijmegen Oost, door Jacques Wolf”, maar dat is eigenlijk een nogal hermetische tagline. Daarom werd hij herschreven naar: “Een wereldvreemde schrijver filmt per ongeluk de moord op zijn overbuurvrouw en raakt verstrikt in een dramatisch droste-effect.” Die werd wel naar de organisatie gemaild, maar bleek te lang om in te voeren in het wrap-up formulier. De uiteindelijk logline daar was: “Een schrijver filmt per ongeluk de moord op z’n buurvrouw en belandt in een dramatisch droste-effect.”
  • De film maakt gebruik van een droste-effect. Iedere scène wordt opgenomen door een mobiele telefoon en wordt in een volgende scène teruggekeken. Een film in een film in een film in een film.
  • Gripfout: De derde scène werd op zondag ochtend opnieuw gefilmd, omdat de moord niet goed zichtbaar was en de camera door het inzoomen teveel bewoog. De auto’s op straat staan andersom.
  • Bij het schrijven van het script was het de bedoeling om het volledige exposé van Arend Walten in één take op te nemen. Dit bleek binnen de gereserveerde tijd te optimistisch. Om het effect dat alles op een mobiele telefoon werd opgenomen te behouden en te versterken, werd bij de montage tussen iedere knip een halve seconde zwart geplaatst.
  • Om het slechte huwelijk tussen Mark en Marga de Hond te benadrukken staan in de woonkamer van hen twee foto’s op twee verschillende plankjes, in plaats van één foto van hen samen. De bewuste foto’s zijn ook gebruikt bij de aftiteling.
  • Ook om het slechte huwelijk te benadrukken werd een hondenmand met knuffelhonden in de woonkamer geplaatst. Dierenliefhebber Mark de Hond mag van zijn vrouw geen echte honden houden.
  • De al te hippe kleding van Mark de Hond werd gekozen vanuit de gedachte dat zijn veel jongere nieuwe liefje die voor hem gekocht zou hebben.
  • Team Leviathan deed voor de derde keer mee met het 48 hour film project.
  • Het was de derde keer dat beide opties (m/v) voor het personage in het script verwerkt werden (dus Mark èn Marga de Hond).
  • Omdat Theatergroep Augustus doorgaans muziektheater maakt hoopt het team ieder jaar weer dat ze ‘musical’ als genre zullen trekken.
  • Handelsmerk van Team Leviathan is dat uit de hand wordt gefilmd met twee mobiele telefoons. De montage wordt gedaan in windows live Movie Maker.
  • In de eerste versie van het script werd de schrijvende overbuurman niet met name genoemd en eindigde de film met de vraag ‘Wie is eigenlijk Jacques Wolf’.

Spoilers:

  • Wie de film nog onvoorbereid wil zien overweegt hier te stoppen met lezen.
  • Wie een verder kijkje in de keuken wil, kan hier het script lezen: script Jacques Wolf en de hometrainermoord
  • In de eerste scène staat Lidewij op de achtergrond tegen een auto geleund.
  • Het genre is detective/cop. Gekozen werd voor een pastiche van het detective genre. Wie feitelijk de detective is, is echter onderwerp van debat. Arend Walten, de bemoeizuchtige buurman, wordt neergezet als een soort Hercule Poirot. Vervolgens wordt het stokje overgenomen door Rechercheur Lammerdracht. Uiteindelijk blijkt buurman Jacques Wolf degene met het meeste inzicht in de materie.
  • Ook de vraag wie de dader is blijft feitelijk onbeantwoord. Het meest voor de hand liggend voor de moord op Marga is Lidewij (Arend Walten zegt ‘De dader moet de beschikking hebben gehad over een sleutel.’ Lidewij komt later de sleutel brengen. Zijn laatste woorden ‘De zomer komt er aan’ is een vooruitwijzing naar haar komst’. Zij is immers de nieuwe zomer in het leven van Mark de Hond).
  • De vergiftiging van Arend Walten zal eerder door Mark de Hond, ter bescherming van zijn nieuwe liefde, zijn gepleegd. Er zijn echter ook theorieën te bedenken waarbij Jacques Wolf zelf niet zo onschuldig is.

Het houdt je van de straat

2014-12-27 09.55.03

Wie uitzicht heeft op een al te lege agenda attendeer ik graag op twee leuke activiteiten.

In samenwerking met Tati Nijmegen organiseer ik vanaf donderdag 2 april iedere maand een luchtige literaire avond onder de naam Lettervreters. Iedere eerste donderdag: zet het alvast in je agenda. De avond begint om 20.00 uur. De rode draad wordt gevormd door een quiz met literaire trivia vragen. Iedere avond schuiven één of meerdere gasten bij mij aan tafel aan voor een kort interview, eventueel een voordracht en om deel te namen aan het gesprek dat naar aanleiding van het quizzen ontstaat. Tati zit aan de Koolemans Beynenstraat 80, 6521 EW Nijmegen (tussen theater het Badhuis en de Limos Kazerne). De eerste avond is dichter en blogger (en nog veel meer) Jan Roelofs te gast.

We (dat is mijn echtgenoot en ik, samen met Theatergroep Augustus) hebben weer mee gedaan aan het 48 hour film project. Een trailer van onze korte film staat hier online. De première is tijdens het Go Short filmfestival in Lux-Nijmegen. Het hele festival is natuurlijk de moeite waard, maar overweeg in ieder geval Screening C, op vrijdag 10 april (22.00 uur). Daar zie je onze film op groot doek en heb je de kans je stem uit te brengen en ons aan de publieksprijs te helpen ;-). Vanaf maandag 13 april komt de hele film online.

Ik bingewatchte al voor ik wist wat het was

We hadden het binge-watchen al ontdekt nog voor dat woord was uitgevonden. Lekker zoveel mogelijk afleveringen van een serie na elkaar kijken, zodat je niet uit het verhaal gehaald werd. We (dat is, ikzelf met mijn echtgenoot Mel), deden het met zo’n beetje al onze favoriete series (waaronder Homecide, The Shield, Twin Peaks, Carnevale, The Wire, Deadwood, The Soprano’s en Six Feet Under). Vanaf heden krijg je een inkijkje in onze TV-verslaving en houd ik een ‘bingewatch-dagboek’ bij voor het Cultureel Webstijdschrift barbarus.org. Mijn eerste bijdrage gaat over de televisieserie The Mentalist. Lees hem hier.

Hoe ik leerde schrijven

Vervolg op de blogpost Hoe je leert schrijven…

2015-02-13 15.37.54

Ergens in de afgelopen week werd me ook een paar keer om advies gevraagd. Wat was mijzelf goed bevallen? Van welke cursussen, workshops en schrijfboeken had ik veel geleerd? Ter inspiratie voor wie op zoek is naar schrijfactiviteiten en cursussen, dit is wat ik zelf zoal gedaan heb (niet op volgorde);

  • Op mijn zeventiende richtte ik samen met twee vrienden, Olivier Hekster en Thijs Goverde, een literair genootschap op. We kwamen om de paar weken bij elkaar, lazen voor wat we geschreven hadden en gaven commentaar op elkaars werk. Ik werd productief van en van de commentaren van mijn medeschrijvers heb ik heel veel geleerd. We hebben de bijeenkomsten ook een tijd gehouden in een literair café, in bijzijn van publiek, en gaven drie jaarboeken uit.
  • Ik ben een jaar of tien lid geweest van het genootschap voor geofictie (en zelfs een blauwe maandag voorzitter). Met andere fantasy-liefhebbers richtten we een ‘subgenootschap’ op. Elkaars werk lezen, samen publicaties verzorgen. Nergens anders heb ik zoveel geleerd over het in verhalen opbouwen van een coherente, eigen wereld.
  • Ik speel fantasy roleplaying games. Waar het gaat om wereldopbouw is het spelen in je eigen wereld de lakmoesproef: dan weet je of hij werkt, of hij echt consistent is en of er voldoende drama in zit. (En dat doet niets af aan het vaak gegeven advies: ‘je laatste D&D campagne is geen goede blauwdruk voor je eerste fantasy-boek’). Ook van het schrijven van rollenspellen heb ik veel geleerd; opnieuw met name voor de wereldopbouw, maar ook waar het gaat om het scherp beschrijven van plots en personages.
  • Ik volgde drie losse cursussen bij de schrijversvakschool. Toneelschrijven bij Jan Veldman, Scenarioschrijven bij Henk Burger en Roman in wording bij Frans Stüger. Met name van toneelschrijven heb ik ook veel geleerd over het verzinnen van mooie dramatische personages. Goud waard voor al mijn schrijven. Frans Stüger heeft een boek geschreven over personages, conflict en perspectief. Een aanrader voor wie graag schrijfboeken leest. Ik heb ook ervaring met hem als 1-op-1 coach/begeleider. Dat was een fiasco, hij heeft te weinig oog voor het proces waar je als schrijver in zit en kan geen offertes maken.
  • Ik volgde de mastercourse Literair debuteren bij de Arbeiderspers, gegeven door Inge Schouten. Dat had weinig meerwaarde ten opzichte van de romancursus van de schrijversvakschool. Deze cursus leerde me vooral dat schrijvers en redacteuren niet zondermeer geschikt zijn om een schrijfcursus te geven. Als ik nu opnieuw zo’n cursus zou doen, zou ik kiezen voor de schrijversvakschool, of (als ik het ook zou doen om te netwerken) voor Paul Sebes.
  • Ik heb een handvol verhalen gepubliceerd. Pure Fantasy. Wonderwaan. Ganymedes. Het redactionele commentaar van met name Paul van Leeuwenkamp en Remco Meisner was heel leerzaam.
  • Ik verzamelde een vaste groep mensen om mij heen die proefleest, redigeert en corrigeert. Mijn echtgenoot is mijn vaste redacteur en eerste lezer. Er wordt wel eens gezegd dat je aan familie en vrienden niet veel hebt. Zonder iets af te willen doen aan de meerwaarde van een ervaren en professionele redacteur: mijn vrienden en familie zijn geweldig. Misschien wel een idee voor een workshop; ‘hoe haal ik het maximale uit mijn eigen netwerk’. Je moet het namelijk wel zelf goed aansturen en de juiste vragen stellen.
  • Ik volgde de leergang ‘Het korte stuk’ bij theater- en productiebedrijf MC (Westergasfabriek in Amsterdam). Net als bij de cursus van Jan Veldman was dit nuttig voor mijn hele schrijven. Van Thomas Verbogt (cursusleider) leerde ik heel veel over dramatische spanning, personage-taal en tekstritme. Van Nirav Christophe (gastdocent) leerde ik alles wat ik weet over schrijfprocessen. Ger Beukenkamp (gastdocent) gaf inzicht in verhaalopbouw en spanningsboog. De cursus wordt denk ik niet meer gegeven (los van het feit dat hij natuurlijk eigenlijk voor theaterschrijvers is). Thomas Verbogt geeft wel af en toe workshops en Nirav Christophe doceert aan de HKU.
  • Nirav Christophe schreef ook het boek Het naakte schrijven, wat zondermeer het beste schrijfboek ooit is. Alle andere schrijfboeken bevatten nuttige tips en feitjes. Zijn boek bevat wijsheid en waarheid over schrijven. Overdrijf ik? Misschien een beetje. Maar oordeel zelf en koop een tweedehands exemplaar.
  • Ik geef mijn eigen werk uit. Dat is leerzaam en had ik nooit goed kunnen doen als ik niet al jaren boeken maakte. Ik redigeerde en publiceerde met vrienden Eric Nuiten en Carlo Gremmen het Nederlandstalige rollenspel Queeste. Daar scherpte ik mijn redactionele vaardigheden en leerde ik veel over typografie en vormgeving. En in de loop der jaren gaf ik vaak een gelegenheidsbundeltje uit. Een paar gedichten. Een paar verhalen. Bij de copyshop. Of via Lulu. Of gewoon thuis op de printer. In die orde van grootte.
  • Ik volgde een ‘train de trainer’ cursus en ook een opleiding ‘de trainer als adviseur’. Daar leerde ik hoe je effectief kunt leren en een cursusprogramma moet samenstellen. En dat een cursus of workshop vaak niet de beste oplossing is. Ik leerde door die cursussen natuurlijk niet schrijven, maar de daar opgedane kennis heeft me wel zeer geholpen bij mijn eigen schrijfontwikkeling.
  • Op het gebied van persoonlijke ontwikkeling; ik volgde ooit de cursus ‘leidinggeven vanuit persoonlijke kracht’ bij Schouten en Nelissen. Zo’n cursus is echt een aanrader, maar moet je alleen volgen als daar ook vanuit je werk aanleiding voor is. Enkel voor je schrijven is het rendement beperkt (zeker in verhouding tot de kosten).
  • Een aanrader, als je er voor open staat, is het volgen van een NLP cursus. NLP raakt aan de overtuigingen waar vanuit je werkt en heeft veel met taal te maken. Nu moet ik er wel bij zeggen dat er grote stijlverschillen bestaan tussen de diverse NLP aanbieders. Sommige zijn erg gericht op het bedrijfsleven, daar zal je als schrijver niet zoveel aan hebben. Ook zijn er opleiders die vanuit wetenschappelijk oogpunt slecht onderbouwd zijn (bron). Dat gezegd hebbende: ik heb zelf niets dan lof voor Instituut Menz. Zoals de naam al doet vermoeden werken ze erg vanuit de menskant en nemen onderzoek naar je eigen drijfveren en overtuigingen als uitgangspunt.

De lijst is natuurlijk niet compleet, maar ik denk dat ik hier het belangrijkste heb opgesomd. De lemma’s zijn beknopt beschreven. Als je over een specifiek onderwerp meer wilt weten, mail gerust.

P.S. Natuurlijk heb ik ook veel gelezen. Maar daar heb ik eerder al over geschreven, met name in deze blogpost en in het essay Over de voorde naar de bron.

Hoe je leert schrijven

2015-02-13 15.44.58

Het was afgelopen week een actuele vraag: hoe leer je schrijven? Woensdag was de eerste avond van de schrijfcursus die ik geef. In de nasleep van het Gala van het Fantastische Boek stond mijn facebook-tijdlijn vol met berichten over het leereffect van zo’n wedstrijd. En donderdag had ik een bijeenkomst van de werkgroep Nijmeegse Literatuurprijs, waar we benoemden dat we juist aan dat leereffect komend jaar meer aandacht willen besteden.

Het is eenvoudig om de meest gegeven schrijftips op te sommen; veel schrijven, veel lezen, feedback vragen, herschrijven, veel schrappen, ga op reis, mediteer, volg een workshop, bezorg jezelf een ongelukkige jeugd/liefde/leven, huur een coach in, pruts een beetje aan, lees een schrijfboek, dagdroom, brainstorm met anderen, doe mee aan schrijfwedstrijden, wacht op inspiratie, volg een cursus… maar als je dat allemaal doet, word je dan automatisch een succesvol schrijver? Nee dus. En er zijn tal van goede schrijvers die al die dingen niet (of in ieder geval niet allemaal) hebben gedaan.

Wat werkt wel? Je kunt die vraag niet in het algemeen beantwoorden. Ieders leerbehoefte verschilt. Mensen hebben verschillende leerstijlen. Als je daar niet van uitgaat, geef je bij voorbaat een halfbakken advies. Het aardige van de verscheidenheid in de opsomming is dat die mooi aansluit op die leerstijlgedachte. Doe die dingen die bij jou passen. Maar niet alleen dat: zoek op gezette tijden ook de grenzen van je comfortzone op. Met een beetje mazzel doorloop je dan een leercyclus zoals meneer Kolb die voorschrijft. Kolb is niet zaligmakend, maar er is vanuit de leerpraktijk wel consensus over dat afwisseling van verschillende leeractiviteiten effectief is.

Specifiek bij schrijfwedstrijden zijn er twee aspecten die om wat meer aandacht vragen; transfer en feedback. Transfer is de term die in de didactiek gebruikt wordt voor de overdracht van het geleerde uit de ‘leeromgeving’ naar de praktijk. Het rendement van het ‘leermoment’ is bij veel mensen nihil en dat komt onder andere door de lange periode tussen het moment dat de schrijver het verhaal afrondde en het moment dat de feedback ontvangen wordt. De schrijver heeft zichzelf in de tussentijd ontwikkelt of kan niet meer reconstrueren hoe zijn schrijfproces destijds verliep. Verder is jurering vaak anoniem, waardoor de feedback niet mooi op maat voor, of op het niveau van de schrijver is. Het zal duidelijk zijn: de transfer bij schrijfwedstrijden verloopt moeizaam, het leerrendement is laag.

Toch zijn er ook schrijvers die wel veel leren van de commentaren die ze bij schrijfwedstrijden krijgen en dat heeft alles te maken met hoe ze met commentaar omgaan. Als het juryrapport de vorm heeft van feedback ‘zoals het hoort’ dan help dat. (Zoiets als: ‘Ik lees (…) en dat kom op mij over als (…) en ik adviseer (…) bla bla compliment bla bla verbeterpunt’) Het heeft ook te maken met discipline. Je moet dat verhaal nog een keer ter hand nemen, met het commentaar ernaast. Dat is een kwestie van plannen: je moet het doen. Er komt ook ego bij kijken. Je moet boosheid en teleurstelling over een negatief oordeel opzij zetten of weg laten ebben en een zakelijke analyse maken van wat de jury je vertelt en hoe jij je verhaal daarmee kunt verbeteren.

Het allerbelangrijkste heb ik echter nog niet genoemd: of je van de jurycommentaren iets zult leren is in de eerste plaats afhankelijk van je instelling; van de innerlijke overtuigingen die je jezelf eigen hebt gemaakt. Na een schrijfwedstrijd wordt er steevast gemopperd. Niet door iedereen, maar je hoort altijd wel opmerkingen als ‘het is toch een kwestie van smaak’, ‘het hangt er maar van af wie in de jury zit dit jaar’, ‘je moet mazzel hebben’ en soms hoor ik zelf insinuaties van doorgestoken kaart en onkunde. Al die opmerkingen moeten verklaren waarom verhalen lager zijn geëindigd dan gehoopt en sommige schrijvers een hoge plaats in de ranking niet hebben kunnen prolongeren.

De makkelijkste reactie hierop is er fijntjes op wijzen dat de betreffende verhalen gewoonweg niet zo goed zijn. Dat is waarschijnlijk waar, maar het helpt niemand verder. Net zoals het best waar kan zijn dat er ook een beetje mazzel en willekeur bij komt kijken. Maar dat doet er ook niet toe. Al die reacties zijn namelijk een uiting van de onderliggende overtuiging dat je als schrijver geen directe invloed hebt op het behalen van een hoge ranking. Al die gedachten voeden het idee dat het een soort loterij is, waar de kwaliteit van je verhaal niet zo veel mee te maken heeft. Laat staan dat jij als schrijver er iets aan kunt doen.

Deze gedachtegang ondermijnt je leerontwikkeling en verkleint je kans op succes. Dat is geen loze bewering. Er is veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen levensovertuigingen en succes. Thomas Olde Heuvelt is een mooi voorbeeld van iemand bij wie dit heel zichtbaar is. Hij is ondernemend. Hij is er van overtuigd dat zijn handelen zijn mate van succes beïnvloedt. En over het ontvangen van feedback zegt hij: ‘Ik neem alles ter harte, ik leer overal van’. Die instelling is de belangrijkste motor achter zijn succes. Dat maakt hem tot een goed, gelezen en bekend schrijver. Niet (alleen) zijn schrijftalent of schrijfvaardigheid.

Het werken aan je innerlijke overtuigingen is een belangrijke voorwaarde om je als schrijver verder te kunnen ontwikkelen. Er is een groep schrijvers die wellicht beter een cursus ‘persoonlijk leiderschap’ of NLP kan volgen dan nog een schrijfworkshop.

Ik pas zelf zoveel mogelijk toe wat ik predik. De aandacht voor overtuigingen, voor leereffecten en leerstijlen neem ik mee bij het geven van workshops en cursussen. Ik neem mijn ervaring ook mee bij het kiezen van activiteiten waarmee ik mezelf verder wil ontwikkelen. En dan ben ik terug bij die lange lijst met nuttige (en soms wat minder nuttige) dingen die je kunt doen om jezelf te leren schrijven. Ik adviseer graag: doe ze allemaal. Op een moment en in een volgorde die bij je past.

p.s. Wie wil weten hoe ik zelf leerde schrijven, leest mijn volgende blogtekst: Hoe ik leerde schrijven

Toch nog even over die roze olifant…

2014-07-06 15.15.44

Afgelopen weekend was het Gala van het Fantastische Boek. Terwijl andere bezoekers zich in de dagen daarna druk maakten over de kwaliteit van de juryfeedback en het reflectief vermogen van de deelnemers, spookte er door mijn hoofd iets anders; er stond bij het gala een roze olifant in de zaal, waar eigenlijk niemand over sprak. Alleen door de situatie en wat indirecte grapjes werd het olifantensilhouet in al haar glorie zichtbaar. Ik kan het niet laten, ik wil er toch even iets over kwijt.

Voor wie niet snapt waar ik het over heb: Thomas Olde Heuvelt is homo. (Oh ja, en dat vind ik eigenlijk heel erg leuk.) Nu hoor ik je denken: wisten we dat al? Zijn directe vrienden en familie ongetwijfeld wel, de minutieuze lezers van zijn facebook-tijdlijn vast ook. Voor het grote publiek werd het volgens mij pas echt zichtbaar toen werd aangekondigd dat zijn vriend (zijn vriend-vriend dus) Singha Samwel de presentatie van het Gala zou doen.

Ik merkte dat de redactie van hebban bij de aankondiging daarvan deed alsof het een welbekend feit was. De naam van Thomas zelf stond niet in het artikel. Terloops werd de zinsnede ‘partner van’ gebruikt. Slechts een enkeling vroeg zich publiekelijk af ‘partner van wie?’ en verder regende het felicitaties en enthousiaste opmerkingen. Met betrekking tot het presentatorschap wel te verstaan.

Natuurlijk was het geen volslagen verrassing. De eerste keer dat ik Thomas ontmoette (op de Paul Harland Dag in 2010) ging mijn gaydar al voorzichtig af. Bij het lezen van Leerling Tovenaar Vader Zoon bespeurde ik ook een voorzichtig homo-thema. De grote schare vrouwelijke fans en zijn hoge boyband gehalte maakten hem wel wat onduidbaar. Een metro-man met wie je nog alle kanten op kunt. Op de vorige Paul Harland Dag in februari 2014 werd er door een van de panels nog gerefereerd aan Thomas’ aantrekkingskracht op de vrouwelijke lezersschare. Gegrinnik alom. Thomas zelf keek er wat schaapachtig bij.

Dat ik het leuk vind, heeft er natuurlijk mee te maken dat ik in het werk van andere homoseksuele schrijvers wat vaker thema’s aantref die dicht bij mijn eigen belevingswereld liggen. Ik lees ook graag Paul Harland, om maar iemand te noemen.

Het heeft ook te maken met identificatie. Succesvolle homo-mannen inspireren me. Iedereen zal het denk ik herkennen; je hebt nu eenmaal sneller een ‘klik’ als je net iets meer gemeen hebt.

Maar maakt het iets uit? Moeten we het hier echt over hebben? De vanzelfsprekende en onproblematische zichtbaarheid van de onbenoemde roze olifant is ook heel plezierig. We hoeven het er niet over te hebben. Het is misschien ook niet echt belangrijk. Wel voor enkele individuen, maar niet voor het Gala, of voor het Fantastische Genre als geheel. Hoogstens is het exemplarisch voor de goede sfeer, waar niemand zich buitengesloten hoeft te voelen.

In een maatschappelijke context is juist het homo-element wel belangrijk, en tevens de reden dat ik het niet na kan laten om er een blogtekst aan te besteden. Hoe tolerant Nederland ook is, de acceptatie van homoseksualiteit is nog altijd een punt van zorg, zeker onder jongeren. Die ervaren in de praktijk de meeste problemen en worden geconfronteerd met pestgedrag en buitensluiting. Aansprekende en zichtbaar rolmodellen zijn belangrijk, juist voor Young Aldults (om in boektermen te blijven) – wat voor Thomas geen onbelangrijke doelgroep is.

Dat is het moment waarop mijn ervaring als voorlichter en hulpverlener weer even boven komt drijven. Thomas heeft de kans om jongeren op de middelbare school, die nog met hun seksuele identiteit worstelen of er niet voor uit durven komen, met zijn vanzelfsprekende openheid een hart onder de riem te steken.

Dat vind ik leuk – en dat wilde ik toch even kwijt.

13 + 5 = Hoezee

Gisteravond was het Gala van het Fantastische boek. Een buitengewoon gezellige dag, met ’s middags diverse panels en ’s avonds de uitreiking van de Paul Harland Prijs. Mijn twee ingezonden verhalen haalden allebei de top 25. Het grootboek, een Lovecraftiaans griezelverhaal, eindigde op de 13de plaats. Kiki, een geëngageerd zombieverhaal behaalde de 5de plaats. Daar ben ik erg blij mee. Wie ze wil lezen moet nog even geduld hebben; ik ga ze de komende tijd aan tijdschriften ter publicatie aanbieden.

Aan de vooravond van een gala

2015-02-01 10.35.50

Morgen is het Gala van het Fantastische boek. Gala is een breed begrip; je mag er zelf invulling aan geven. Ik ga niet in smoking, maar wil wel in pak. De meeste van mijn pakken zijn echter gesneden op mijn figuur van anderhalf jaar geleden (en toen was ik minimaal tien kilo zwaarder). Dus toch maar even naar de stad getogen en goed geslaagd bij Hoogenboom. Trouwe lezers en vrienden weten dat ik die zaak een warm hart toedraag. We kochten er destijds onze trouwpakken en de zaak dient voor één scène als decor in Het lichte hart van de mastodont. De heren verkopers verstaan er de kunst je direct op je gemak te stellen en om je na één oogopslag een passend jasje of overhemd aan te reiken.

Maar morgen het Gala dus, met tal van onthullingen. Ik ben benieuwd wat organisatoren Martijn Lindeboom en Thomas Olde Heuvelt voor ons (schrijvers en lezers van de fantastische genres) in petto hebben. Ik voorzie nieuwe samenwerkingsverbanden, activiteiten waar meer en meer de lezer bij betrokken wordt en vooral een opzet die bestand is tegen groei, want het genre zit in de lift en dat vraagt om het voortdurend aanpassen van je formule. Ik ben benieuwd en laat me graag verrassen.

Waar ik persoonlijk natuurlijk ook erg benieuwd naar ben is de uitslag van de Paul Harland Prijs. Ik zond, gewoontegetrouw, twee verhalen in. Tot nu toe was dat altijd één serieuze inzending en een inzending met een wat experimenteler karakter. Met de serieuze inzending kwam ik in ieder geval iedere keer door de eerste jury-selectie en haalde ik één keer een top 5 notering. Mijn meer experimentele inzendingen leverden me één keer een eervolle allerlaatste plaats op en twee keer de hoogste notering van de verhalen die niet doorgingen naar de tweede ronde.

Ik heb natuurlijk mijn pijlen opnieuw gericht op een top 5 notering. In een onbewaakt moment heb ik al eens geroepen dat ik net zolang mee doe tot ik een keer win. Maar als ik mijn doelen iets minder ambitieus, maar haalbaar-realistisch stel, dan ben ik morgen ook al heel erg blij als ik voor het eerst met twee verhalen door de eerste selectie heen kom. Gezien het aantal inzendingen en het doorgaans sterke deelnemersveld zou dat al een hele mooie prestatie zijn.

En verder wordt het natuurlijk gewoon een hele gezellige en interessante dag (lees het programma hier). De middag is vrij toegankelijk, dus: komt allen! Ik meen dat Stephen King ooit zei; ‘En onder genreschrijvers is het altijd gezellig en gemoedelijk. Geen kift en naijver, zoals bij die zuurpruimen in de literaire hoek.’ Ik moet eerlijk bekennen dat ik het citaat niet kon terugvinden, dus misschien was het Neil Gaiman wel. En hij zal het in ieder geval in het Engels gezegd hebben. Hoe dan ook: die gemoedelijkheid is altijd verzekerd, en hopelijk blijkt vooral die de komende jaren bestand tegen groei.