Leesdagboek: In het hart van het oerwoud – Albert Sánchez Piñol
Ik had vorig jaar zin om weer eens een echt goed en lekker boek te lezen. Goed geschreven, mooie personages, literair en liefst ook nog spannend. Ik had nog veel boeken liggen, maar niets sprak me op dat moment aan. Ik speurde mijn kast af en mijn oog viel op Nachtlicht van Albert Sánchez Piñol. Ik had dat met veel plezier gelezen. Het was gevoelig en betoverend geschreven. Een modern griezelsprookje op een arctisch eiland over eenzaamheid en de strijd van de mens tegen het onkenbare. Ik vroeg me af: zou er van hem niet meer verschenen zijn?
En jawel, ik spoorde een exemplaar op van zijn tweede roman: In het hart van het oerwoud. Een dikke pil, en volgens de achterflap een literair meesterwerk in de vorm van een avonturenroman. Avonturenromans, daar ben ik dol op. Ik stapte als kind over op het lezen van volwassen boeken toen ik ontdekte dat Alexandre Dumas twee vervolgboeken had geschreven op De drie musketiers. Maar van die vervolgboeken bestond geen ‘vereenvoudigde’ kindereditie. Toen moest ik wel. Ik las alle drie de kloeke delen achter elkaar uit. En daarna de rest van het werk van Dumas. En daarna van Louis Stevenson en Walter Scott. En Jules Verne. En tal van andere klassieke vertellingen.
Soms vind ik dat gevoel van avontuur nog wel eens terug in een modern boek. Maar helaas niet zo vaak. Als het spannend en opwindend is, is het verder vaak niet zo interessant. En is het literair, dan is het verder vaak gespeend van spanning en opwinding. Ik trof maar af en toe een boek dat mijn nostalgische dorst naar avontuur wist te combineren met mijn volwassen smaak voor het literaire. De naam van de roos van Eco. De roman Long John Silver van Jörn Larsson.
Ik had goede hoop voor In het hart van het oerwoud van Albert Sánchez Piñol. Want schrijven kan die man. Vloeiende zinnen, prachtige sfeer, interessante personages. Het verhaal boeide: het voerde me allereerst naar het Londen van het begin van de twintigste eeuw en hintte naar reizen naar Kongo, op zoek naar rijkdommen. Daar verwachtte ik een plek waar de mens geconfronteerd zou worden met diepe mysteries maar uiteindelijk vooral zichzelf. Nachtlicht, had veel elementen geleend uit de griezelroman en herinnerde aan H.P.Lovecraft, maar met een meer literaire en menselijke afdronk. In mijn beleving moet je met een titel als In het hart van het oerwoud, schatplichtig zijn aan Conrads Heart of Darkness.
In Londen werd een verslag geschreven over een expeditie naar Kongo en langzaam ontspoorde daar het verhaal voor mij. Lekker vreemde zaken: mysterieuze wezens die uit de aarde naar boven kwamen. Het was allemaal wel intrigerend en spannend, maar een betekenisvolle laag kon ik er nog niet in ontdekken. De historische context was dun. Hoe de blanke avonturiers met de zwarte bevolking omgingen was bruut en moordlustig, wat Penõl op een plompverloren manier vertelde alsof er op dat gebied de afgelopen 80 jaar niets veranderd was in de wereld. Kuifje in Afrika – maar dan nog wat erger. Misschien was het satirisch of ironisch bedoeld. Maar dan miste ik ook historisch besef; verwijzingen naar hoe België in Kongo huisgehouden had. Ik moest er maar op vertrouwen dat de schrijver in de rest van het boek alsnog rekenschap zou geven van de koloniale thema’s die hij aanraakte. Het was hard werken om het boek niet weg te leggen.
Een schrijver krijgt aan het begin van het boek veel krediet van een lezer. In het Engels heb je daar de term ‘the suspension of disbelief’ voor. Maar Piñol had halverwege zijn eindeloze verslag van bloedige en ondergrondse avonturen in Kongo mijn krediet al geheel opgesoupeerd. Waarom ik doorlas weet ik niet precies – ik denk om te zien of hij alle losse eindjes op de een of andere manier nog aan elkaar zou weten te knopen.
Helaas. Hij doet wel een poging. Het komt er uiteindelijk op neer: het was allemaal verzonnen. En tussen de regels door beschuldigt Penõl de lezer van goedgelovigheid. Maar reflectie op de thema’s die hij aanraakt – nee hoor. Enige beschouwing over de beschaafde mens in de wildernis? Iets over orde versus chaos? Een verwijzing naar Conrad? Een snufje Nietzsche? Nee, veel meer dan ‘schrijvers zijn allemaal leugenaars en fantasten’ heeft Piñol niet te melden. Oh gottegottegot. Wat een ongelooflijk slap einde.
Het is, zoals de achterflap belooft, een roman over fantasie en vertrouwen. Maar in de fantasie verliest de schrijver zich veel te lang in een simplistisch koloniaal wereldbeeld. Hij bedt het verhaal niet in in de belevingswereld van zijn moderne lezer. Hij onderschat die lezer en beschaamt diens vertrouwen. Hij lijkt daarbij te vergeten dat met zijn fantasie en het vertrouwen van de lezer hij een boek had kunnen schrijven dat raakt aan het hart van onze tijd, maar hij blijft steken bij vaagjes navelstaren over zijn eigen rol als schrijver. Een mislukt boek.
Het vergalde mijn leesplezier dusdanig dat ik meer dan een jaar geen enkele andere roman las.
Toen ik dat wel weer deed, was het gelukkig wel ‘raak’. Ik las ‘Confessions of the fox’ van Jordy Rosenberg, maar daarover een dezer dagen meer.
‘Hoe gaat het met Oom Ludo?’ vragen mensen me wel eens. ‘Goed,’ zeg ik daarop. Boek en personage zijn in mijn hoofd bij die vraag samengevallen. Goed, want ik krijg leuke, positieve reacties van lezers. En af en toe een bestelling – vorige week mocht ik een mooie doos vol boeken naar de Nederlandse Bibliotheek Dienst versturen, zodat Oom Ludo in het nieuwe jaar bij vele bibliotheken te leen zal zijn. Ik werd door een paar media geïnterviewd, zoals bijvoorbeeld hieronder:
Interview over Oom Ludo bij de Virtuele Herberg in Antiquariaat Eugene Jeurissen te Beek
Een aantal leuke vragen kreeg ik van lezers mondeling of per mail. Dat soort vragen vind ik heel erg leuk, want even wordt zichtbaar wat normaliter voor een schrijver verborgen blijft: met welke verwachting of hoe aandachtig het boek gelezen is. Hieronder een paar voorbeelden van de vragen en reacties die ik kreeg:
Oom Ludo kennen we van de teksten bij foto’s op instagram. Daar is altijd een mooie spanning tussen tekst en foto’s. Is dat spanningsveld ook in het boek terug te vinden?
Dat denk ik wel, al is het anders. Je kijkt in de tekst rechtstreeks door de ogen van Oom Ludo naar de wereld. Maar als lezer interpreteer je anders. Je zult vaak verbaasd zijn over hoe Oom Ludo iets omschrijft of ervaart, en denken ‘ik zou daar anders op reageren’ of ‘ik zou iets anders zeggen’. Daarmee is denk ik een vergelijkbaar spanningsveld aanwezig. Vergelijk het maar met het moment dat je als bijrijder in een auto naast een chauffeur zit met een heel eigen ‘vrije’ rijstijl. Dat levert ook een spanningsveld op.
Jij bent niet Oom Ludo, maar hoeveel van jouzelf zit er in het personage Oom Ludo?
Niet zo veel. Ik heb een schrijver wel eens horen zeggen dat all zijn personages afspiegelingen van hemzelf waren. (Ik ben even kwijt wie dat zei – tips zijn welkom.) Soms herken ik dat. Van Aloïs Hartman (uit o.a. De dundenker) heb ik wel gezegd ‘als ik de politiek was ingegaan was ik een soort Aloïs Hartman geworden’. Maar er zijn ook personages die verder van mij af staan; die ik modeleer naar gedragingen en karaktertrekken die ik bij anderen heb gezien. Voor Oom Ludo, met zijn idiosyncratische en licht autistische trekjes, heb ik inspiratie opgedaan bij meerdere mensen uit mijn omgeving. Van mijzelf zit er niet zo heel veel in, al kan ik mij ook koesteren in een rustige plek achter een raam, met uitzicht op de buitenwereld. Maar ik heb veel andere kanten die Oom Ludo niet heeft.
De formulering en woordkeus in (of van) Oom Ludo zijn soms complex. Dat is aan het begin van het boek even wennen. Is dat kenmerkend voor jouw schrijfstijl?
Ik heb het geschreven, dus daarmee is het in ieder geval onderdeel van mijn register. Ik denk niet dat je kunt zeggen dat het ‘mijn stijl’ is, als in ‘kenmerkend voor alles wat ik schrijf’. Het is wel kenmerkend voor het personage ‘Oom Ludo’ (en dus voor het in de ik-persoon geschreven boek). Hij denkt in ritmische formuleringen waarin bijwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijzinnen en allerhande twijfeltaal voor de voor hem noodzakelijke nuances zorgen. De zwaarte van die formulering neemt ook wat af in de loop van het boek, passend bij de ontwikkeling die Oom Ludo doormaakt. Hoe meer hij zich in de vaart van de buitenwereld begeeft, hoe meer vaart de zinnen krijgen. Wie ook ander werk van me leest zal zien dat ik mijn schrijfstijl vaak aanpas aan wat het verhaal vraagt. En bij toneelstukken, aan welk personage aan het woord is. En dat leidt dan regelmatig tot veel kaler en directer taalgebruik. Daar houd ik namelijk ook erg van.
Wat is dan toch een petrifagant?
De petrifagant is een fantasiewezen. Dat blijkt denk ik ook wel uit de context van het betreffende hoofdstuk – waar de petrifagant even in genoemd wordt. Maar de nieuwsgierige of cryptozoölogisch ingestelde lezer wil natuurlijk altijd iets meer weten… Het is een oud wezen, van voor de tijd dat er mensen waren, of magie. Ze voeden zich door het eten van gesteente en zo zijn ze verantwoordelijk voor talloze onderaardse gangenstelsels. Ik bedacht de petrifagant niet zelf; ik ontleende hem aan het fantasy rollenspel Queeste; de credits zijn voor bedenker Joop Oele.
De steller van de vraag, Ken Korsmit, stuurde me per kerende post (en na een stormachtige nacht) de volgende ode aan de petrifagant.
Zijn uw rhodo’s geplet of schuttingen omver gestoten? Ziet u overal afdrukken van mammoetachtige poten? Mist u een hap uit de muur of hardstenen rand? Wellicht heeft u dan last van een petrifagant.
Dit is een verkorte weergave van de online boekpresentatie van Oom Ludo op 1 augustus 2020.
De vorm van deze presentatie – online – werd uit nood geboren, maar heeft als voordeel dat hij veel makkelijker toegankelijk is voor mensen van buiten Nijmegen. En belangstellenden kunnen hem ook later nog terugkijken. Voordelen en nadelen; het is maar hoe je er tegenaan kijkt – en dat is in het geval van dit boek een vrij passend adagium. De rode draad is vandaag uiteraard het boek Oom Ludo. Een boekpresentatie is het moment dat je een boek aan de lezer presenteert, het moment waarop je het de wereld inzendt. En daarom zal ik ook stilstaan bij de wereld waar we in leven.
Oom Ludo moet af en toe een tijdje tot rust komen.
Oom Ludo werd ‘geboren’ op 10 september 2015. Het was in een tekst die ik in een opwelling schreef bij een foto op instagram. Ik schreef: “Oom Ludo moet af en toe een tijdje tot rust komen.†In de verhouding tussen de tekst en de foto, en in het tot rust komen, zit al de kern van het boek. De vrije associatie bij een beeld, die waarschijnlijk anders is dan wat vele anderen zouden denken bij die foto. Het tot rust komen: de afstand tot de wereld. En de figuur: een nu al wat zonderlinge Oom Ludo.
In de jaren die volgden figureerde Oom Ludo vaker bij foto’s – met als doel om de lezer iets zichtbaar te maken dat ertoe zou aanzetten opnieuw, met andere ogen, naar de foto te kijken.
Het werd mij gaandeweg duidelijk dat er meer verhaal in Oom Ludo school. Van enkel een spanningsveld tussen tekst en foto’s was de serie als geheel voor mij uitgegroeid tot een personage-onderzoek. Of zelfs tot het ontwikkelen van een eigen, bijzondere belevingswereld. Het idee voor een boek groeide in mijn hoofd.
Er is ook een andere kant van Oom Ludo. Er is een creatieve, speelse Oom Ludo, die kansen ziet. Die even aan de teneur van de langgerekte sterfscène ontsnapt en de wereld anders ziet. Ik denk dat Ludo in ons collectief onderbewuste een passende naam is voor een oom. Of in ieder geval een bepaald type oom. Ludo verwijst naar de homo ludens, de spelende mens. De naam benadrukt het wat zorgeloze, onbevangen, experimenterende karakter.
En wat is een oom? Iemand die dichtbij staat, want het is familie. En gelijktijdig iemand die verder weg staat, buiten het eigen gezin, op een gepaste afstand.
Ik denk dus dat ik Oom Ludo niet helemaal zelf heb bedacht. Wie googled op ‘Oom Ludo’ vindt met een beetje moeite zo een stuk of wat boeken waar een oom met die naam in voorkomt. In een woordenboek trof ik als voorbeeldzin aan ‘Onze nonkel Ludo is gisteren begraven’. Toen ik dat ontdekte (het boek was toen vrijwel af) was ik daar eigenlijk heel blij mee – ik denk dat het betekent dat het inderdaad een herkenbaar, archetypisch personage is.
Ik heb het boek overigens ook niet helemaal alleen geschreven of uitgegeven. Ik wil graag Mel Lambers, mijn echtgenoot, en Nico Assinck hartelijk danken voor het proeflezen en hun redactionele commentaar. Dat was onmisbaar. Net als de minutieuze correctie van de tekst door Ineke de Leeuw.
Archetype – het is een term uit de psychologie die ook in de literatuurwetenschap veel gebruikt wordt. En met die term realiseerde ik me dat veel van de oom-ludo-commentaren niet alleen een creatieve, andere blik op de foto’s lieten zien, maar even zo vaak een element dat misschien niet op de voorgrond lag, maar wel al duidelijk in de foto’s aanwezig was.
Als voorbeeld deze foto
Oom Ludo voelde zich nooit zo op z’n gemak bij om het even welke samenscholing.
Die samenscholing is er al. Het ongemak ook, in de vorm van stinkende vuilnisbakken, en eventueel het herfstblad dat een zekere guurheid uitdrukt. De zogenaamde ‘andere’ blik was latent al aanwezig. Het commentaar doet een appèl op een onderstroom, basis emoties, en raakt het domein van dromen en angsten.
Een schrijver werkt heel veel met het onderbewuste. Vaak gebruikte termen daarbij zijn inspiratie of intuïtie. Als het goed is, werkt bij een schrijver het onderbewuste als bij een medium. Je maakt de wereld mee, direct of via alle media die ons ter beschikking staan, en de fictie-teksten die geschreven worden zijn daarna, via ons onderbewuste, altijd een weerslag van de tijdgeest. Het heeft zeggingskracht, juist in het tijdgewricht waar het in ontstaan is. De literatuur is relevant en interessant voor de lezer van nu.
Dat is natuurlijk niet altijd waar. Soms is de schrijver teveel opgesloten in zijn eigen gedachtewereld. Het werk kan prachtig zijn, maar het is erg hermetisch en slechts voor de enkele vasthoudende fijnproever interessant. Je kunt ook de andere kant op doorslaan: in wat je schrijft meteen aansluiten op de krantenkoppen van vandaag of de meest recente actualiteiten. Dat kan ook mooi zijn, maar is eerder journalistiek van aard. Het is vergankelijk als kranten en jaarboeken. Oud papier voor morgen.
Ik zoek de balans. Wat iedere schrijver van literatuur beoogt: zowel actueel als tijdloos zijn. Universele verhalen vertellen, geaard in de tijd waar ik in leef, voor een publiek van nu.
Ik sta stil bij dit proces omdat we nogal wat deining hebben gehad in de actualiteit. Eigenlijk wil ik aan die actualiteit niet al teveel woorden besteden… u en ik leven er elke dag mee. We kunnen het iedere dag op televisie zien en er dagelijks over lezen op social media.
Maar een aantal zaken voelt op dit moment te prangend en alom aanwezig om helemaal niets te zeggen over hoe ik mij verhoudt tot die actualiteit. En geen van die zaken is helemaal nieuw; de actualiteit is de afgelopen jaren langzaam aangezweld, en als het goed is, ook bewust of onbewust in Oom Ludo terecht gekomen.
Corona kan nieuw lijken, maar pandemieën zijn van alle tijden. Afstand, tot de wereld en tot andere mensen, is een belangrijk thema voor Oom Ludo. He thema sluit hier aan, maar de directe link is denk ik nog dun.
Black Lives Matter – Met de dood van George Floyd, en de protesten die sindsdien massaal zijn gevoerd, worden voor mij twee zaken extra zichtbaar. De totalitaire trekken van het Amerikaanse politie apparaat. En wijd verbreid maatschappelijke en systemische discriminatie en racisme. Naar de dood van George Floyd kijken we vooral binnen de context van de Amerikaanse maatschappij, die gedomineerd wordt door een Amerikaanse president die doelbewust de grenzen van de democratie tart en overschrijdt.
Maar in de context van de boekpresentatie vandaag kijk ik liever naar de situatie in Nederland. Hier hebben we een al jaren slepende discussie over zwarte piet. En er is bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt evident discriminatie.
Ik denk de laatste tijd regelmatig terug aan Mitch Henriquez.Hij werd in 2015 in Den Haag, na een muziekfestival, door twee agenten aangehouden en met een nekklem overmeesterd, waarna hij kwam te overlijden. Naar het incident werd onderzoek ingesteld en dit leidde ook deels tot veroordeling. Wat met Mitch Henriquez gebeurde illustreert voor mij dat we in Nederland ook geïnstitutionaliseerd racisme hebben. Gelukkig niet op de schaal zoals in Amerika (daar is alles groter en extremer), maar teveel om het te bagatelliseren. Er was in deze zaak wel vervolging en veroordeling, maar onze rechtspraak, met haar onderbezetting en stukloon, is kwetsbaar. En er is fnuikende systemische discriminatie in het Nederlandse systeem (als het niet bij sommige politiekorpsen is, dan wel bijvoorbeeld bij verkeerscontroles en de belastingdienst) die zich niet eenvoudig laat corrigeren.
Vanuit de blacklivesmatter beweging wordt een appèl gedaan om je uit te spreken, om niet zwijgend toe te kijken. Ik spreek me graag uit. Niet in de vorm van deelname aan demonstraties. Niet vluchtig op twitter. Wel in mijn werk.
Ik doe dat op mijn manier: met milder ironie over de multiculturele samenleving in De dundenker en ook in Oom Ludo, met een terloops maar felle oordeel over Van Heutz. En bij deze, door er aandacht aan te besteden in deze presentatie. Of het genoeg is mag u als lezer of toehoorder beoordelen.
Het is logisch dat het me raak – ik ben homo en mijn man is transman. Wie erg dol is op de boeken en minder of geen persoonlijke band met het onderwerp heeft, zal zich wellicht minder aantrekken van de uitspraken van de auteur. Voor mij viel de balans negatief uit. Maar naast dat ik mij persoonlijk betrokken voel bij het onderwerp, gaat dit ook over het schrijverschap. Want; wat voor schrijver wil je zijn?
JKR noemt zichzelf een medestander en een vriend van transseksuelen en iemand die zich goed heeft ingelezen… maar wat ze doet is zich stelselmatig uitspreken tegen transities en tegen het erkennen van de gender identiteit van transseksuelen. Ze is daarmee geen vriend of medestander. Ze is een internationaal zeer bekende auteur, wier woord ver reikt. En ze doet dat in een context waarin transseksuelen internationaal gezien een zeer kwetsbare groep zijn. Hulp en behandeling zijn duur of in het geheel niet voorhanden. Discriminatie en geweld liggen constant op de loer. Er gaat geen week voorbij of er worden transseksuelen om hun gender identiteit vermoord. Het aantal zelfmoorden onder transseksuelen (met name jongeren) is al jaren ongekend hoog. Dat is van belang, want dit is de context waarin JK Rowling haar uitspraken doet. Zij vindt het als wereldbefaamde auteur nodig om de kritische ‘medestander’ uit te hangen. Met dat soort vrienden heb je geen vijanden meer nodig.
Ook als je een fundamenteel andere mening hebt over wat gender is of hoe gender-identiteit werkt, mag je je afvragen: wat voor rol heb je als schrijver in deze wereld? Wat voor onderwerpen kaart je aan, binnen of buiten je werk?
Dat is de vraag die ik mijzelf stel: wat voor rol heb ik als schrijver in deze wereld. Daarbij is JKR in ieder geval niet mijn grote voorbeeld, dat moge duidelijk zijn. Een schrijver die ik bijvoorbeeld wèl bewonder is Ursula LeGuin. Zij laat in haar werk goed schrijverschap en engagement perfect samengaan.
in 2014 ontving zij de Medal for Distinguished Contribution to American Letters. Bij die gelegenheid sprak zij een dankwoord en zei ondermeer:
“. . . I think hard times are coming, when we will be wanting the voices of writers who can see alternatives to how we live now. Who can see through our fear-stricken society and its obsessive technologies to other ways of being, and even imagine some real grounds for hope. We will need writers who can remember freedom—poets, visionaries; the realists of a larger reality. (…) We live in capitalism; its power seems inescapable. So did the divine right of kings. Any human power can be resisted and changed by human beings. Resistance and change often begin in art, and very often in our art: the art of words.â€
En zo dringt zich juist in deze periode de vraag aan mij op: wat voor boek wilde ik schrijven? Ik wilde een hoopvol en optimistisch boek schrijven. Het hoeft niet allemaal leuk en vrolijk te zijn, maar ik wil graag in alle polarisatie nuance bieden. Ik wil een andere, nieuwsgierige blik op de wereld bieden. Ik wil bij alle oordelen en meningen wat twijfel zaaien. Want twijfel en nieuwsgierigheid zijn belangrijk: het is de bron van alle wijsheid.
Ik wilde een boek schrijven om te lezen en te herlezen. Om ook na het wegleggen nog even over na te denken. Een troostrijk boek. Een boek dat even zou afleiden van de waan van de dag. Niet omdat het je verdooft of de wereld alleen maar laat vergeten, maar een boek waarna je als herboren die wereld weer tegemoet kan treden.
Ik zal eerlijk bekennen: dat maak ik natuurlijk niet voor iedere lezer waar. Maar voor mij is dit zo’n boek.
Dat gezegd hebbende, wil ik u langzaamaan meenemen van mijn beschouwingen bij onze dagelijkse werkelijkheid naar de werkelijkheid van Oom Ludo. Ik wil een paar dingen met u delen over de totstandkoming van het boek. Over de ontstaansgeschiedenis van het personage Oom Ludo heb ik het al gehad. Maar er is meer. Aan het begin van het boek kijkt Oom Ludo uit zijn raam naar een parkje. Dat parkje speelt bijna de eigenlijke hoofdrol in het boek.
Dat parkje is geïnspireerd op een bestaand park. In Santa Cruz de Tenerife ligt een stadspark van dat formaat, met veel kunstwerken en standbeelden en waterwerken. Met vogels en vlinders en planten uit alle windstreken. Met een spiraalvorming pad dat rechte paden doorkruist.
In het boek wordt dat parkje bedreigd (in het echt gelukkig niet) door de bouw van een flatgebouw.
Zoiets had ik voor ogen
Eerder liet ik mij al het woord ‘wereld’ ontvallen en ‘universum’. Fantasy en SciFi schrijvers kunnen met die termen lezen en schrijven. World-building – het creëren van een eigen, consistente, dramatische wereld is een vereiste bij die genres. Misschien komt het doordat ik ook veel fantasy heb gelezen en geschreven: dat ik in een boek een eigen werkelijkheid creëer, die geloofwaardig en consistent is, die een ‘sense of wonder’ opwekt. Dat is voor mij in ieder boek van belang.
En de wereld die ik schiep overstijgt dit boek. Ik denk niet dat al mijn boeken in precies dezelfde wereld spelen, zo analytisch wil ik er ook niet mee omgaan, maar in ieder geval blijkt dat personages soms uitstekend in meerdere verhalen een rol kunnen spelen.
Voor Oom Ludo had ik een architect nodig, die de gigantische torenflat die op de plek van dat parkje moest komen kon ontwerpen. Ik had nog ergens een architect:
Aegon Talmink in het toneelstuk Emoticon
In 2005 schreef ik het toneelstuk Emoticon (onder de titel Zij is buiten te lezen via de VvL); dat was een moderne hervertelling van het verhaal van Orestes. En in de eerste acte, een vrij klassieke griekse tragedie, werd de koningsrol gespeeld door een architect: Aegon Talmink. Ik speelde die rol zelf. Dat was van tevoren helemaal niet mijn bedoeling geweest, maar we hadden niet meteen iemand voor die rol kunnen vinden. Hij was zowel charmant als vilein. Vriendelijk, maar zeer dominant. Blijkbaar had ik dat als enige voorhanden acteur in mijn register.
Ik denk dat juist omdat ik die rol zelf had gespeeld, ik meteen wist dat toen ik voor Oom Ludo een architect nodig had, Aegon Talmink dat kon zijn. We zouden een andere kant van hem zien. Niet die van de wrede, dominante huisvader, maar die van de werkende architect, de (soort van) kunstenaar. Op zijn manier innemend en welwillend.
Ik had na dat toneelstuk nooit gedacht dat ik ooit nog wat met dat personage zou doen. Maar ineens was het moment daar. Een mooie bijrol voor de architect.
Met andere personages weet ik wel van tevoren dat ik er nog niet klaar mee ben. Voor het toneelstuk Nomaden bedacht ik de excentrieke kunstenaar Mandero Zeno. In mijn hoofd hoort Zeno in het rijtje Damien Hirst, Jeff Koons, Anish Kapoor, Banksy. Gek genoeg kende ik die kunstenaars nog niet allemaal toen ik hem bedacht. Ik had Christo en Warhol in mijn hoofd en dacht: ‘het kan veel gekker en veel, veel extremer’. Tegen de grens van het betamelijke. De grens van het mogelijke. De grens van het voorstelbare. Conceptueel en grensoverschrijdend.
In Nomaden wordt door de personages gespeculeerd dat hun hele verblijf en samenzijn een conceptueel kunstwerk van Zeno’s hand is. De kunstenaar zelf verschijnt niet ten tonele. Na dat stuk was ik niet klaar met Zeno. Hij speelde een paar jaar later een rol in een moordspel. Ik schreef het korte verhaal ‘De laatste vernissage’, waarin hij van zijn overlijden een kunstwerk maakt. Maar zelfs dat verhaal was niet het einde.
In het verhaal van Oom Ludo had ik een kunstexpositie nodig. In een boek dat mede gaat over hoe je naar de wereld kijkt, moest er voor mij ook naar kunst gekeken worden. En de oude beelden in het parkje, beelden uit de neoromantiek, waren niet genoeg. Daar moest iets aan moderne conceptuele kunst tegenover staan.
En daar was Mandero Zeno. Niet eens heel gepland. Hij was er ineens en wilde niet meer weg. En ik ontdekte nieuwe dingen over hem. Dat hij naar een witte muur kan staren alsof hij gelijktijdig de hele wereld ziet en de grote Nietzscheaanse afgrond instaart. En nog veel meer, maar dat mag u zelf ontdekken. Met Mandero Zeno ben ik denk ik ook na Oom Ludo nog niet klaar. Denk ik. De tijd zal het leren.
Het is aan u
Dit zijn maar twee bijrollen in de wereld van Oom Ludo. Er zijn er talloze, grote en kleine. Ik kan er nog veel meer over zeggen en vertellen, maar dat is meer het domein van een leesclub of een college literatuurwetenschap, dan voor een boekpresentatie.
Ik heb gezegd wat er ter introductie over te zeggen valt. Het is nu verder aan de lezer. Het is aan u.
Op zaterdag 1 augustus om 1 uur ’s middags is de presentatie van ‘Oom Ludo’. Het is, om het optimaal corornabestendig te houden, een online gebeuren. Iedereen is van harte welkom. Wie er bij wil zijn stuurt vooraf een mailtje naar hallo@franknorbertrieter.nl om zich aan te melden. Je krijgt dan 1 augustus ’s ochtends een mail met de uitnodiging voor de bijeenkomst in MS Teams.
Ik ga er eigenlijk vanuit dat veel mensen de afgelopen tijd al met MS Teams of een vergelijkbaar programma gewerkt hebben, maar voor wie dat nog niet heeft gedaan: het gebruik spreekt voor zich. Extra software is niet noodzakelijk, de link opent ook in je internetbrowser.
De presentatie duurt maximaal een uur. Het fysieke boek Oom Ludo is overigens nu al bestelbaar via leviathanboeken.nl en bij bol.com . Het e-book is vanaf 1 augustus verkrijgbaar bij alle reguliere e-book kanalen, zoals Kobo. Zodra er links zijn naar meer e-book verkooppunten, publiceer ik die in een volgende blogtekst.
Het vertellen van een verhaal vraagt een bepaalde vorm. Het vertellen van het verhaal van Oom Ludo vraagt om een roman van ruim tweehonderd pagina’s. Daarnaast is er echter ook een verplichting om waar het verhaal over gaat te kunnen reproduceren in een paar zinnen.
Een uitgever weet dat een goede flaptekst, samenvatting, of ‘elevator pitch’, lezers kan verleiden. Ik ben toch wat meer een schrijver dan een uitgever. Een beetje kribbig denk ik soms ‘als je wilt weten waar het over gaat, moet je het boek lezen’. En ‘vraag me niet in een paar zinnen samen te vatten waar ik eigenlijk ruim 200 pagina’s voor nodig heb’.
Maar ik corrigeer mezelf: het is een ‘teaser’; een tipje van de sluier wordt opgelicht. Maar welk tipje? En hoe hoog?
Veel flapteksten gaan naar mijn smaak te ver. En in filmtrailers worden vaak de meest indrukwekkende beelden en de belangrijkste scènes getoond. Er is een stroming in marketingland die dat promoot: die zegt dat je helemaal niet meer hoeft te letten op het weggeven van zogenaamde spoilers en cruciale plotelementen. De moderne lezer wil namelijk helemaal niet meer verrast worden en wil niet meer onbevangen ervaren. De moderne lezer verzamelt ervaringen alsof het vakantiefoto’s zijn. Iets om over te vertellen als je weer thuis bent. Het zijn mensen die het niet om het beleven van het hier en nu gaat, maar die constant bezig zijn om ‘herinneringen voor later te maken’.
Ik herken me daar niet zo in, maar blijkbaar is dat in marketingland de perceptie van de tijdgeest. En in die lijn is het dus ook prima de hele plot en betekenis van een boek samen te vatten in de promotie en op de achterflap. Dat geeft namelijk extra duiding bij het lezen en versterkt het idee van de ervaring die je met het lezen ondergaat. En die je je achteraf wilt herinneren. De ervaring is daarbij tevoren dusdanig geframed dat het een ‘selffulfilling prophecy’ wordt. Een boek wordt daar beter van, om de eenvoudige reden dat er daardoor minder ruimte is er zelf iets van te vinden. Het risico dat het tegenvalt neemt af.
Zoals gezegd: deze trend past niet zo bij me. Ik ben meer iemand die boeken zelf wil ontdekken. Die vergeten schrijvers leest. Die net dat andere boek leest, dat vrijwel niemand anders gelezen heeft. Dat levert bij de promotie van mijn eigen werk duidelijk een dilemma op. Natuurlijk vind ik het fijn als mijn boeken door veel mensen gelezen worden. En gelijktijdig zit er een romanticus in mij die alleen voorzichtig wil verleiden en slechts een miniem tipje van de sluier wil oplichten. En die zodoende door maar enkele fijnproevers ontdekt zal worden.
Hierbij, voor de liefhebber, de achterflap. Ik zal ook nog wel een blog besteden aan de inhoud van het boek, maar dan wel voorzien van een ‘spoiler’ waarschuwing. Voor de zogenaamde moderne lezer…
Vanaf vandaag is het mogelijk om in te schrijven op Oom Ludo. Je kunt bestellen via onze eigen webshop. Bestellingen kunnen nu tijdelijk zonder verzendkosten geplaatst worden en zullen vanaf 1 augustus worden uitgeleverd.
Het e-book verschijnt ook rond 1 augustus, maar is niet via voorinschrijving verkrijgbaar.
Als schrijver ben je geneigd te denken dat de titel van een boek een integraal onderdeel is van de tekst. Ik denk dat nog steeds, maar inmiddels weet ik dat er daarnaast nog een andere waarheid is. De titel van een boek is een onderdeel van de omslag van het boek en dus van de marketing en publicatie van het werk. Daarmee ligt het in het domein waar juist de uitgever iets over te zeggen heeft. Als het goed is, gebeurt de vaststelling in harmonieus overleg, maar uiteraard zal er vaak sprake zijn van enig dualisme. Dat geldt ook voor mij bij de uitgave van ‘Oom Ludo’ – als self-publisher met twee petten op. Je bent sterrenbeeld tweeling of je bent het niet.
Ik heb voor het Oom Ludo-project meerdere titels overwogen. Van heel kort ‘Park’ tot heel lang ‘De wonderbaarlijke reis van Oom Ludo of Het kijken naar de wereld.’ Als schrijver was mijn wensenlijstje relatief kort.
De titel moet passen bij het boek
Ik moet er ‘een goed gevoel’ bij hebben
Als uitgever wil ik daarnaast graag dat de titel, in combinatie met de omslag, de juiste uitstraling heeft.
Het moet de juiste doelgroep aanspreken
Het moet de juiste associaties oproepen
Je moet de titel makkelijk kunnen onthouden
Het moet goed ‘klinken’ als je het uitspreekt
Het moet visueel mooi op de kaft vallen
Het moet onderscheidend zijn, en dus niet teveel lijken op andere titels
En dat laatste geldt ook voor het zoeken op internet: het moet een min of meer unieke zoekterm zijn
Dit leverde een paar probeersels op.
Drie probeersels voor ‘Oom Ludo’
Ik vroeg feedback in mijn omgeving en dat scherpte mijn gedachten.
De tweede poging had dat laatste wel, maar vloog ook meteen uit de bocht. De letter is speels, en wordt vaker gebruikt voor romans met een wat luchtigere ondertoon. Wat ik zocht was een omslag die (qua gevoel) ook een roman van Paulien Cornelissen had kunnen zijn. Maar dat was dit niet. Het werd visueel teveel een kinderboek. De lange titel werkte toch wat minder goed dan ik in eerste instantie dacht. ‘Het kijken naar de wereld’ drukt inhoudelijk juist iets statisch uit, terwijl de titel ook een beetje ritme mag hebben.
De derde poging waagde ik om even iets heel anders te proberen. Inhoudelijk lijkt het in eerste instantie het verhaal van het boek goed te vertellen. Een parkje licht ingeklemd, of zelfs bedreigd, in de oprukkende stad. Maar het voelt niet als dit boek. De foto suggereert misschien ook wel non-fictie. Het zou ook een waargebeurd verhaal kunnen zijn over een au pair in Singapore. Of zo.
Met zowel titel als omslag ging ik terug naar de tekentafel. Iets met een parkje. Een roman. De juiste toon. De juiste lading. Die gestileerde boompjes vond ik leuk. Eenvoudigweg ‘Oom Ludo’ had ik lange tijd gebruikt als werktitel. Eigenlijk voldeed dat aan alle criteria die ik mijzelf als schrijver en als uitgever gesteld had.
De definitieve omslag voor Oom Ludo in wording
Dit is hem voor nu. Helemaal af is hij nog niet: de achterkant mist nog wat elementen, zoals een biografietje van mijzelf (een van de ingewikkeldste dingen om te schrijven, vind ik) en de obligatie auteursfoto, de streepjescode et cetera.
Als schrijver ben ik wel blij met het eindresultaat. En als uitgever hoop ik dat mijn potentiële lezers zullen denken ‘dat oogt als een boek dat ik wel zou willen lezen’.
Het begon met een foto op instagram (hier): een gebarricadeerde deur met als onderschrift ‘Oom Ludo moet af en toe een tijdje tot rust komen.’ Dat was de eerste van een serie foto’s met een onderschrift waarin de foto werd geïnterpreteerd door de ogen van iemand die net iets anders kijkt naar de wereld dan andere mensen. #oomludo Soms was het onbegrijpelijk, soms grappig, maar in alle gevallen liet het de lezer nogmaals – met een andere interpretatie – naar de foto kijken. Naar mate de fotoreeks groeide kreeg de illustere Oom Ludo langzaam vorm in mijn hoofd.
Twee en een half jaar geleden begon ik aan ‘het boek’ over Oom Ludo en inmiddels is het af. Er is aan geschreven en herschreven. Mel en Nico hebben geredigeerd en Ineke heeft minutieus gecorrigeerd. Daarmee is het hermetische en zolderkamer-deel van het werk gedaan en vandaag begint het proces van naar-buiten-treden. Net als een aantal eerdere werken verschijnt het bij mijn huisuitgeverij onder het label ‘Leviathan’. Het aftellen naar de verschijning begint vandaag, ook al is de exacte datum nog niet geprikt (ergens in de zomer). Ik zal de komende tijd via dit blog verslag doen van alle voorbereidingen en de vorderingen. Dit is mijn to-do lijstje voor de komende tijd;
besluit nemen over de titel, vooralsnog ‘Oom Ludo’
opmaak binnenwerk en omslag
definitieve versie flaptekst ed
auteursfoto
correctie drukproef
persberichten en leaflet/samples maken
website klaarmaken
voorverkoop starten
audioboek-plan maken
booktrailer maken
plan voor marketing per kanaal uitwerken
mogelijkheid pop up store onderzoeken
ebook maken + distributie (smashwords)
nieuwsbrief / start voorverkoop
naar de drukker
voorinschrijving sluiten
besluit over exacte vorm boekpresentatie (coronaproof)
Er zitten weer leuke zaken in de pen. Hierbij drie projecten die dit jaar op stapel staan.
De strijdlustige en schijnbaar onvermoeibare Jac Splinter brengt onder de titel “Ja maar meneer ik doe ook maar mijn werk” Het Grote Bureaucratie Vakantieboek uit. Het wordt een boek met een-derde serieuze zaken over bureaucratie, en twee-derde satire en spelletjes. In die laatste categorie schreef ik voor deze uitgave een kort verhaal ‘Het formulier’ en een stuk interactieve fictie in de stijl van de ‘kies je eigen avontuur’ boeken. Meer nieuws over de boekpresentatie (verwacht in april) volgt te zijner tijd, maar bestellen kan nu al bij Jac.
Ik werk op dit moment aan de vertaling van de verzamelde prozagedichten van Clark Ashton Smith (1893-1961). Voor velen is hij wellicht een onbekende. Clark Ashton Smith was schrijver, dichter en beeldhouwer. Als dichter kreeg hij al vroeg erkenning, mede door lof van de dichter George Sterling. Smith wordt gerekend tot de West Coast Romantics naast onder andere Joaquin Miller en Nora May French. Hij wordt ook wel bestempeld als ‘The Last of the Great Romantics’. Als schrijver van korte prozaverhalen was Smith een van “de grote drie†rond het blad Weird Tales, samen met Robert E. Howard en H. P. Lovecraft. Smiths fantasy en science fiction werk werd alom geprezen door zijn collega’s en critici. Zijn werk wordt gekenmerkt door een buitengewoon rijke en sierlijke vocabulaire, een kosmisch perspectief en een zweem van sardonische humor. Alledrie die ingrediënten zijn terug te vinden in zijn prozagedichten. In de komende weken zal ik een paar blogs schrijven over de voortgang van dit project en een paar voorproefjes publiceren.
‘Schrijf je nog wel eens wat?’ vragen mensen me weleens. Jazeker! Afgelopen jaar schreef ik de broodtekst van een groots en meeslepend werk over Oom Ludo. Met mijn vrij bondige stijl is dat netjes 60k aan woorden of ruim 200 pagina’s. Romandikte zeg maar. Wie me op facebook of instagram volgt heeft al eens foto’s met de #oomludo gezien. Dat zijn eigenlijk karakterstudies: een manier om uit te zoeken hoe Oom Ludo naar de wereld kijkt. Waar het boek over gaat?
Oom Ludo kijkt dagelijks uit op een parkje. Op een dag staat er een bord dat er een torenflat wordt gebouwd. Dit brengt hem in beweging: hij gaat op onderzoek uit en organiseert op geheel eigen wijze verzet…
De werktitel is Parkzicht. Het kan ook nog ‘ Het parkje van de windstreken’ worden, of misschien wel ‘De avonturen van Oom Ludo of Het kijken naar de wereld’. Het werk zit in de redigeerfase en ik hoop komende maanden de plannen voor publicatie te kunnen presenteren.
Soms is het een tijdje stil op mijn website. Weinig nieuws of voortgang. Maar dat betekend niet dat er niets gebeurt. Ik schrijf sinds de publicatie van De Dundenker aan mijn volgende roman. Sinds januari van dit jaar heb ik het schrijfritme goed hervat en inmiddels is de broodtekst af. Het is nog net wat te vroeg voor een korte inhoud of fragment. Wordt vervolgd…
Een nieuw theaterproject staat op dit moment nog even niet gepland. Dat laat tijd voor andere leuke dingen, zoals het geven van een schrijfcursus. Samen met Mel, die al mijn teksten met nauwgezette blik redigeert, begeleiden we in tien bijeenkomsten een kleine groep deelnemers bij het schrijven aan ‘hun project’ dat het verdient om gelezen te worden. Lijkt het je leuk om mee te doen, lees er alles over; https://franknorbertrieter.nl/workshop/schrijven-om-gelezen-te-worden/